ECLI:NL:CRVB:2001:AD3830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- F. J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit WW-uitkering wegens strijd met Awb
Appellant was van november 1993 tot juni 1994 werkzaam als slager-uitbener en vroeg per 4 juli 1994 een WW-uitkering aan. Het GUO kende een uitkering toe, maar ontdekte later dat appellant in juli en augustus 1994 onterecht een WW-uitkering ontving terwijl hij werkte bij een uitzendbureau. Hierdoor werd een bedrag teruggevorderd en een sanctie aangekondigd.
Gedaagde stelde dat artikel 23 van Pro de WW van toepassing was, waardoor verrekening alleen mogelijk was vanaf 16 december 1996. De rechtbank vernietigde het besluit van gedaagde en oordeelde dat sprake was van een bijzonder geval, omdat het GUO al in mei 1996 op de hoogte was van de onbevoegdheid om te beslissen en appellant zich eerder had moeten wenden tot het Gak.
Gedaagde nam daarop een nieuw besluit op bezwaar van 17 september 1999, waarbij de uitkering werd toegekend ingaande een half jaar vóór 22 mei 1996. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat gedaagde had moeten meewegen dat het GUO vanaf het begin bekend was met het werkloosheidsgeval en controle uitoefende.
Het besluit van 17 september 1999 werd daarom vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:4 lid 1 en 3:46 van de Awb. Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 17 september 1999 wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.