ECLI:NL:CRVB:2001:AD3946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen besluit WAO-uitkering
Appellante X. B.V. maakte bezwaar tegen een besluit waarbij aan W. Baas een WAO-uitkering werd toegekend. Het bezwaar werd door gedaagde ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift volgens haar onvoldoende gronden bevatte.
In hoger beroep betoogde appellante dat het beroepschrift wel degelijk gronden bevatte en dat de rechtbank bovendien het voorschrift van artikel 6:6 Awb Pro had geschonden door geen termijn te stellen voor het herstel van vermeend gebrek. De Raad oordeelde dat appellante niet in verzuim was bij het indienen van het beroepschrift en dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde voorwaardelijk in de proceskosten van appellante in hoger beroep, onder de voorwaarde dat het bestreden besluit niet in stand blijft. De proceskosten werden begroot op 710 gulden.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.