ECLI:NL:CRVB:2001:AD4520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ondeugdelijke motivering
Appellant, die als technisch medewerker en muzikant werkte, werd wegens nek- en armklachten na een motorongeval arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 35 tot 45%. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (GAK) baseerde de vaststelling op functies als technisch medewerker, monteur koffiezetters, administratief medewerker en schoonmaker paviljoen. Appellant stelde dat hij slechts 2 tot 3 uur per dag arbeid kon verrichten.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten dat de beperkingen van appellant waren overschat en dat de functies die GAK als passend had aangemerkt, redelijk waren. Wel oordeelde de Raad dat de wijze waarop GAK de resterende verdiencapaciteit had vastgesteld, namelijk door twee voltijdse functies en één deeltijdse functie te combineren, niet in overeenstemming was met de jurisprudentie.
De functie van rayonmanager/vertegenwoordiger werd aanvankelijk als passend beschouwd, maar later vanwege medische ongeschiktheid verworpen. De Raad vond de motivering voor het alsnog als passend aanmerken van deze functie onvoldoende. Gezien de juiste toepassing van de jurisprudentie zou de mate van arbeidsongeschiktheid tussen 65 en 80% liggen, niet 35 tot 45%.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde GAK in de proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard met veroordeling van gedaagde in proceskosten en griffierecht.