ECLI:NL:CRVB:2001:AD4636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering deelname aan regeling voor onverzekerbaren op grond van artikel 66a Anw
Appellant verzocht de Sociale Verzekeringsbank om deel te nemen aan de regeling op grond van artikel 66a, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet (Anw), bedoeld voor personen die bij een particuliere levensverzekeraar onverzekerbaar zijn. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde: hij was geboren op 29 juni 1957, terwijl de regeling geldt voor personen geboren tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956.
Na bezwaar handhaafde de Sociale Verzekeringsbank het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de regeling alleen ziet op onverzekerbaren die overlijden na 1 juli 1999 en dat de partner van appellant vóór die datum was overleden. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel.
De Raad overwoog dat appellant wel recht heeft op een nabestaandenuitkering op grond van artikel 14 Anw Pro, omdat hij een ongehuwd kind jonger dan 18 jaar in zijn huishouden heeft. Deze uitkering is inkomensafhankelijk en werd vanwege het inkomen van appellant niet uitbetaald. De regeling op grond van artikel 66a Anw biedt geen inkomensonafhankelijke uitkering voor personen wier partner op 1 juli 1996 al ernstig ziek was en die daardoor niet verzekerd konden worden op de private markt.
De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde het bestreden besluit. Tevens verwierp de Raad het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat gedeeltelijke ontneming van Anw-uitkering niet in strijd is met het EVRM.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot deelname aan de regeling voor onverzekerbaren op grond van artikel 66a Anw.