ECLI:NL:CRVB:2001:AD5972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verzoek tot beperking van kennisneming processtukken in hoger beroep bestuursrecht
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Den Haag. Gedaagde, de Sociale Verzekeringsbank, verzocht op grond van artikel 8:29 Awb Pro om beperking van de kennisneming van bepaalde stukken, waaronder een brief van de attaché voor sociale zaken te Ankara en een rapport van de Nederlandse Ambassade.
De Raad heeft beoordeeld of de belangen die gedaagde aanvoert, zoals bescherming van betrokken personen en onderzoeksmethoden, zwaarder wegen dan het belang van appellant op inzage. De Raad concludeert dat de door gedaagde genoemde belangen onvoldoende concreet zijn onderbouwd en dat de gevraagde geheimhouding niet gerechtvaardigd is.
De Raad motiveert dat de vermeende bedreigingen gebaseerd zijn op ervaringen uit andere landen en onvoldoende relevant zijn voor de situatie in Turkije. Ook acht de Raad de onderzoeksmethode niet zodanig geheim dat deze bescherming verdient. Hierdoor wordt de beperking van kennisneming verworpen en dienen de stukken alsnog volledig aan appellant te worden verstrekt.
De behandeling van het hoger beroep wordt op een later moment voortgezet. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee leden van de Centrale Raad van Beroep, in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2001.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van processtukken wordt niet gerechtvaardigd geacht en stukken worden volledig aan appellant verstrekt.