ECLI:NL:CRVB:2001:AD6000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering ondanks intrekking eerdere besluiten
Appellant betwistte de terugvordering van een te veel betaalde WW-uitkering, waarbij hij stelde dat eerdere terugvorderingsbesluiten waren ingetrokken en dat de tweejaarstermijn voor terugvordering was verstreken.
De Raad oordeelde dat de brief van 5 juli 1996, ondanks de latere intrekking, een ondubbelzinnige terugvorderingshandeling vormde en dat het primaire besluit van 16 februari 1998 niet als eerste terugvordering kon gelden. De Raad verwierp het standpunt van appellant dat de terugvordering niet meer mogelijk was vanwege de termijn.
Daarnaast oordeelde de Raad dat appellant redelijkerwijs kon weten dat hem te veel was betaald, mede omdat hij op de hoogte was gesteld dat vakantietoeslag niet in de uitkering was inbegrepen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van terugvorderingshandelingen en bevestigt dat een ingetrokken besluit niet automatisch de terugvordering tenietdoet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep van appellant af.