ECLI:NL:CRVB:2001:AD6301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering op medische gronden
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen om zijn uitkering op grond van de Algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering (AAW) per 29 december 1997 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen van appellant weliswaar aanwezig waren, maar dat deze niet zodanig waren dat appellant niet in staat zou zijn om met de door gedaagde geselecteerde functies een inkomen te verwerven dat het verlies aan verdiencapaciteit onder de 25% bracht. De Raad verwierp een nieuw ingediend medisch stuk wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van reactie van gedaagde.
De medische gegevens, waaronder verklaringen van behandelend artsen, boden geen aanknopingspunten voor een zwaardere beoordeling van de beperkingen op de peildatum. Ook toekomstige medische ingrepen konden het oordeel over die datum niet wijzigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 29 december 1997.