ECLI:NL:CRVB:2001:AD6303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.J. Simon
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep in WAO-uitkeringszaak
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV) om haar WAO-uitkering te beëindigen wegens vermeende vermindering van arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd gegrond verklaard, waarna appellante vergoeding van proceskosten vroeg, maar dit verzoek werd afgewezen. Na het instellen van beroep werd dit beroep ingetrokken vanwege een collectieve regeling tussen LISV en belangenorganisaties voor vergoeding van kosten in bezwaarprocedures die vóór 1 januari 2001 zijn afgerond.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding in beroep af, omdat de collectieve regeling nog niet was geëffectueerd en er geen sprake was van een individuele tegemoetkoming aan appellante. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de collectieve regeling niet gelijkstaat aan een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad concludeert dat de rechtbank terecht geen proceskostenveroordeling heeft opgelegd en bevestigt de bestreden uitspraak. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De zaak eindigt daarmee zonder toekenning van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking van het beroep.