ECLI:NL:CRVB:2001:AD7089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit weigering kinderbijslag over derde kwartaal 1997
Appellante kreeg per besluit van 25 februari 1998 te horen dat zij vanaf het derde kwartaal van 1997 geen recht meer had op kinderbijslag voor haar kind [C.], waarna de betaalde kinderbijslag werd teruggevorderd. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het kind vanaf 14 juni 1997 bij zijn vader woonde op basis van een proefregeling van tweeënhalve maand, waarna het kind besloot bij zijn vader te blijven. Op de peildatum 1 juli 1997 was de situatie echter nog tijdelijk en ontbrak de bestendigheid van het verblijf bij de vader, zodat het kind nog tot het huishouden van appellante behoorde.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het bezwaar gegrond en veroordeelde de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Daarmee kwam de terugvordering van de kinderbijslag te vervallen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag over het derde kwartaal van 1997 wordt vernietigd.