ECLI:NL:CRVB:2001:AD7293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor kinderen uit niet-geregistreerd Ghanees huwelijk
Appellant had kinderbijslag ontvangen voor vijf in Ghana verblijvende kinderen, geboren uit traditionele huwelijken volgens Ghanees recht. De Sociale Verzekeringsbank (gedaagde) weigerde kinderbijslag voor één kind vanaf het eerste kwartaal van 1997 omdat zij niet langer studerend was, en voor de overige vier kinderen vanaf het derde kwartaal van 1997 omdat zij niet als eigen kinderen in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) konden worden aangemerkt.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat op grond van Ghanees recht moest worden beoordeeld of de kinderen wettige kinderen waren en dat hij hen had erkend door als vader in de geboorteaktes te staan. Tevens stelde appellant dat het Ghanabesluit AKW, dat onderscheid maakt naar nationaliteit, in strijd was met artikel 1 van Pro de Grondwet.
De Raad overwoog dat de beoordeling van de status van 'eigen kind' volgens de AKW plaatsvindt op basis van Nederlandse familierechtelijke regels en jurisprudentie, waarbij de buitenlandse rechtsfiguur gelijk moet zijn aan de Nederlandse. Aangezien geen geregistreerd huwelijk volgens Ghanees recht bestond en erkenning zoals in het Nederlandse recht niet voorkwam, kon de Sociale Verzekeringsbank terecht de kinderbijslag weigeren. De Raad zag geen strijd met het discriminatieverbod omdat de gehanteerde maatstaven gelijk waren voor alle nationaliteiten in dezelfde positie. De overgangsregeling in het Ghanabesluit waarborgde bovendien het gelijkheidsbeginsel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.