ECLI:NL:CRVB:2001:AD7295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-uitbetaling arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens inkomsten uit illegale activiteiten
Appellant, voormalig straatmaker, stopte met werken wegens psychische klachten en ontving arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Gedaagde stelde vast dat appellant tussen 1 april 1995 en 26 september 1996 inkomsten genoot uit illegale activiteiten, waaronder hennepteelt en heroïnehandel.
Op grond van deze inkomsten werd de fictieve arbeidsongeschiktheidsmaatstaf verlaagd tot minder dan 15%, waardoor de uitkeringen over deze periode werden stopgezet. Appellant betwistte dit, onder meer met verwijzing naar artikel 36e Wetboek van Strafrecht, dat inhoudt dat hij de inkomsten zou moeten afstaan.
De Raad oordeelde dat de strafrechtelijke uitkomst geen doorslaggevende betekenis heeft in de bestuursrechtelijke procedure en dat de anticumulatiebepalingen terecht zijn toegepast. De verklaring van getuigen en de processen-verbaal ondersteunen de vaststelling van inkomsten uit arbeid. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de uitkering niet toegekend over de genoemde periode.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-uitbetaling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen over de periode waarin appellant inkomsten uit illegale activiteiten genoot.