ECLI:NL:CRVB:2001:AD8162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid voor premies sociale verzekeringen bij inlening Poolse arbeidskrachten
Appellant exploiteert een bedrijf dat in 1994 en 1995 Poolse arbeidskrachten heeft laten werken via de in Polen opgerichte bedrijven [bedrijf 1] en [bedrijf 2]. Hoewel deze bedrijven formeel in Polen waren opgericht, concludeert de Raad dat zij feitelijk in Nederland gevestigd waren, omdat alle relevante bedrijfsactiviteiten in Nederland plaatsvonden en er geen bewijs was van daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in Polen.
De premies sociale verzekeringen werden door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) opgelegd aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2], die in gebreke bleven met betaling. Appellant werd vervolgens hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de premies die verband houden met de Poolse arbeidskrachten die via deze bedrijven aan hem ter beschikking werden gesteld.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat sprake was van inlening van arbeidskrachten en dat de bedrijven een nevenvestiging in Nederland hadden. De Raad volgt dit oordeel en bevestigt dat de arbeidsverhouding tussen de Poolse arbeidskrachten en de bedrijven verzekeringsplichtig is op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990.
De Raad verwerpt het standpunt van appellant dat sprake was van aanneming van werk en acht de schatting van het premieloon op 70% van de gefactureerde bedragen redelijk. De aansprakelijkstelling van appellant wordt bevestigd, en er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkstelling van appellant voor de premies sociale verzekeringen wegens inlening van Poolse arbeidskrachten.