ECLI:NL:CRVB:2001:AD8226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire maatregel wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim depottekorten
Appellant was sinds 1980 werkzaam bij het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) en had een gecombineerde functie als metro/sneltrambestuurder en stationsbeambte met depotbeheer. In de periode december 1994 tot oktober 1995 werden meerdere depottekorten vastgesteld, waarop gedaagde een schriftelijke berisping oplegde wegens plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de tekorten aan appellant konden worden toegerekend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de procedure voor depotbeheer in de praktijk gebrekkig was, met onder meer vrijelijk in omloop zijnde sluitzegels en onvoldoende controle, en dat gedaagde nagelaten had een feitelijk onderzoek naar de betrokkenheid van andere personen te verrichten. De Raad constateerde dat de procedure meerdere betrokkenen kende en dat er geen onomstotelijk bewijs was dat alleen appellant verantwoordelijk was voor de tekorten.
De Raad merkte ook op dat appellant niet tijdig met het tekort van 14 december 1994 was geconfronteerd, wat hem in een nadeliger bewijspositie bracht. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs vernietigde de Raad het bestreden besluit en de eerdere uitspraak en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het disciplinaire besluit tegen appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.