ECLI:NL:CRVB:2001:AD8231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding wegens aantasting eer en goede naam ambtenaar
Appellante was ambtenaar bij de gemeente Den Haag en werd in 1993 voorlopig buiten dienst gesteld wegens een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende fraude. Na meerdere besluiten en bezwaarprocedures werd zij tijdelijk overgeplaatst. Het strafrechtelijk onderzoek leidde uiteindelijk tot niet-vervolging wegens gebrek aan bewijs.
Appellante vorderde vergoeding van rechtsbijstandkosten en immateriële schadevergoeding wegens aantasting van haar eer en goede naam en psychische schade. De rechtbank wees deze vorderingen af en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze afwijzing.
De Raad oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand niet toewijsbaar waren omdat het besluit niet onrechtmatig was genomen. Hoewel er sprake was van aantasting van de eer en goede naam, was deze voldoende gecompenseerd door een rehabiliterende verklaring van de directeur. Psychische schade werd niet aannemelijk gemaakt als gevolg van de handelwijze van de gemeente. Vergoeding op grond van het gelijkheidsbeginsel werd eveneens afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen grond voor een andere schadevergoeding of toepassing van aanvullende wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding en vergoeding van rechtsbijstandkosten wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.