ECLI:NL:CRVB:2001:AD9253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van voortbestaan dienstverband na nietigverklaring ontslag ambtenaar
De zaak betreft hoger beroep van de Minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van gedaagde ambtenaar ongegrond verklaarde. Het geschil draait om de vraag of het dienstverband van gedaagde is geëindigd nadat het ontslagbesluit nietig werd verklaard en de Minister weigerde uitvoering te geven aan die uitspraak.
De Minister had bij besluit van 4 oktober 1990 ontslag opgelegd, dat later nietig werd verklaard door de rechtbank. De Minister weigerde echter gedaagde weer in dienst te nemen, met verwijzing naar artikel 104 van Pro de Ambtenarenwet 1929, waardoor hij niet volledig gevolg gaf aan de rechterlijke uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat het dienstverband juridisch in stand bleef, ook al was er geen feitelijke tewerkstelling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep van de Minister ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad de Minister tot vergoeding van proceskosten en heffing van griffierecht.
Uitkomst: Het dienstverband van gedaagde blijft juridisch in stand ondanks nietigverklaring ontslag en weigering tot herplaatsing.