ECLI:NL:CRVB:2001:AE5854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontslag gemeentesecretaris wegens onvoldoende gronden ongeschiktheid
Gedaagde werd per 1 januari 1998 aangesteld als gemeentesecretaris van gemeente [X], maar functioneerde na ziekmelding vanaf juli 1998 niet meer. De gemeente verleende haar op 28 april 1999 eervol ontslag wegens ongeschiktheid, waarbij werd aangenomen dat dit grotendeels aan haar eigen schuld te wijten was. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat de problemen die gedaagde ondervond niet volledig aan haar te wijten waren, maar mede voortkwamen uit cultuurverschillen en onbekendheid met de managementstijl. De lijst van verwijten was grotendeels gebaseerd op subjectieve verklaringen die pas na haar ziekmelding werden verzameld en deels tegenstrijdig waren.
Verder was gedaagde zich bewust van haar moeizame start, maar kreeg zij geen duidelijk signaal dat haar functioneren onvoldoende was en dat verbetering noodzakelijk was op straffe van ontslag. Zij had zelfs zelf het initiatief genomen tot een werkgroep om de problemen aan te pakken. De Raad oordeelt dat de gemeente niet bevoegd was het ontslagbesluit te nemen en bevestigt de vernietiging daarvan.
Ten slotte veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van gedaagde en bepaalt dat griffierecht geheven wordt. Een later genomen besluit over buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging wordt niet in deze procedure betrokken.
Uitkomst: Het ontslag van de gemeentesecretaris wordt vernietigd en het beroep van de gemeente wordt afgewezen.