ECLI:NL:CRVB:2001:AE8565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.F.M. Brenninkmeijer
- Rechtspraak.nl
Geen verzekeringsplicht voor familieleden door ontbreken gezagsverhouding in kleine onderneming
Appellante betwistte het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen dat haar familieleden, waaronder haar broer, zusters en zwager, als verzekeringsplichtige werknemers moesten worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de arbeidsverhouding niet in overheersende mate door familiebanden werd bepaald en dat er sprake was van gezag van de statutair directeur.
De Centrale Raad van Beroep kwam echter tot een andere beoordeling. De Raad stelde vast dat de aandelenverdeling en de familieverhoudingen zodanig waren dat er geen sprake was van een reële gezagsuitoefening door de statutair directeur. De familieleden hadden aanzienlijke zeggenschap en oefenden bevoegdheden uit, wat de gezagsverhouding teniet deed.
Gelet op deze feiten vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het Landelijk instituut sociale verzekeringen veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit dat familieleden als verzekeringsplichtige werknemers gelden wordt vernietigd wegens ontbreken van een reële gezagsverhouding.