ECLI:NL:CRVB:2001:AE8649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet-betaalde premies sociale verzekeringen
Belanghebbende werkte als adviseur en was directeur en aandeelhouder van verschillende vennootschappen. Na het overlijden van een mede-aandeelhouder werd hij gemachtigd om namens diens weduwe op te treden. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde belanghebbende aansprakelijk voor niet-betaalde premies van een vennootschap over 1994, omdat hij zich als bestuurder zou hebben gedragen.
De rechtbank stelde belanghebbende aansprakelijk voor de periode van 22 maart 1994 tot 1 augustus 1994, omdat hij zich vanaf die datum actief met de bedrijfsvoering zou hebben bemoeid. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan slechts adviseur en gevolmachtigde te zijn geweest, niet bestuurder.
De Raad oordeelt dat het Lisv niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende zich als bestuurder heeft gedragen. Hoewel hij een machtspositie had als gevolmachtigde, was de andere aandeelhouder feitelijk leidinggevend. Het enkele feit dat belanghebbende betrokken was bij bepaalde besluiten en op de hoogte was van de administratie, maakt hem nog geen bestuurder.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en bevestigt het eerdere oordeel dat belanghebbende niet aansprakelijk is als bestuurder. Het Lisv wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit dat belanghebbende aansprakelijk stelt als bestuurder wegens onvoldoende bewijs van bestuursgedrag.