ECLI:NL:CRVB:2001:AE8659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering AAW/WAO-uitkeringen wegens inkomsten uit hennepkwekerij
De zaak betreft het hoger beroep van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) tegen de vernietiging door de rechtbank van twee besluiten waarbij aan gedaagde AAW- en WAO-uitkeringen werden ingetrokken en teruggevorderd vanwege vermeende inkomsten uit arbeid in een hennepkwekerij.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden in de hennepkwekerij geen algemeen geaccepteerde arbeid vormden en vernietigde de besluiten. De Raad onderschrijft dat de besluiten op andere gronden dan de rechtbank vernietigbaar zijn vanwege strijd met het bestuursrecht, met name het ontbreken van een deugdelijke arbeidskundige onderbouwing.
De Raad stelt vast dat het kweken van hennep, hoewel mogelijk als hobby gepresenteerd, bedrijfsmatig kan zijn en tot inkomsten uit arbeid kan leiden. Uit rapporten en onderzoeken blijkt dat de kwekerij vermoedelijk in bedrijf was en mogelijk oogsten heeft opgeleverd, maar de gebruikte winstschatting ontbeert een degelijke onderbouwing.
De Raad concludeert dat de arbeidsdeskundige onvoldoende overleg heeft gepleegd om een reële schatting van de opbrengst te maken, waardoor de besluiten geen deugdelijke grondslag hebben. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en het Lisv wordt een recht van ƒ 675,- opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de besluiten tot terugvordering van uitkeringen wegens onvoldoende feitelijke grondslag.