ECLI:NL:CRVB:2001:AE8663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgvuldigheid en deugdelijkheid van medische adviezen bij arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het geschil betreft de weigering van een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) aan gedaagde, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg per einde wachttijd. De rechtbank had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige controle op de medische adviezen waarop het besluit was gebaseerd.
Appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuiste maatstaven hanteerde voor de toetsing van de medische adviezen en dat de zorgvuldigheid gewaarborgd was door contractuele afspraken, protocollen, kwaliteitsregisters en interne controles, ook al werden niet alle adviezen afzonderlijk door een eigen medicus beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuursorgaan zich in beginsel mag baseren op externe medische adviezen mits deze voldoende zorgvuldig en deugdelijk zijn. De Raad vond de voorzieningen van appellant voldoende en zag geen aanleiding om aan te nemen dat het advies in dit individuele geval onvoldoende zorgvuldig was. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als toereikend beschouwd.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het bestreden besluit in stand bleef. Tevens werd bevestigd dat er geen gronden waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft in stand.