ECLI:NL:CRVB:2001:AE8679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraagtermijn loonkostensubsidie binnen WAO-beleid
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een loonkostensubsidie (LKS) op grond van artikel 62 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Gedaagde diende een aanvraag in voor een LKS met betrekking tot een dienstverband dat op 1 juli 1997 begon. Appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de gestelde termijn van twee maanden na aanvang van het dienstverband was ingediend.
Gedaagde voerde aan dat de aanvraag tijdig was verzonden naar een verkeerde uitvoeringsinstantie en dat een communicatiestoornis niet tot afwijzing mocht leiden. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in het voordeel van gedaagde, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de beleidsregel van appellant omtrent de termijn van twee maanden binnen redelijke grenzen valt.
De Raad stelde vast dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag daadwerkelijk binnen de termijn was verzonden en dat appellant terecht geen bijzonder geval had aangenomen op grond van het Besluit loonkostensubsidie. Het beroep van gedaagde werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige aanvraag van de loonkostensubsidie.