ECLI:NL:CRVB:2001:AE8725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- J. Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering en juiste inschaling arbeidsongeschiktheidspercentage
Appellant had aanvankelijk een uitkering op grond van de WAO toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, terwijl een uitkering op grond van de AAW werd geweigerd. De rechtbank vernietigde dit besluit en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) nam een nieuw besluit waarbij een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (25 tot 35%) werd vastgesteld en uitkeringen op grond van zowel de AAW als de WAO werden toegekend.
In hoger beroep werd het geschil voortgezet over de juiste inschaling van het arbeidsongeschiktheidspercentage en de functies waarop de schatting van de resterende verdiencapaciteit was gebaseerd. De Raad beoordeelde medische rapporten, waaronder die van de door de rechtbank benoemde deskundige Hoogenkamp, en concludeerde dat appellant in staat was om bepaalde functies te vervullen, maar niet alle functies die door Lisv waren betrokken bij de schatting.
De Raad oordeelde dat functies met toeslagen voor afwijkende arbeidstijden buiten beschouwing moesten blijven, tenzij onomstotelijk was vastgesteld dat deze toeslagen in het maatmaninkomen waren verwerkt. Ook werden functies uitgesloten vanwege medische beperkingen van appellant. Uiteindelijk werd bevestigd dat de inschaling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35% terecht was.
Daarnaast werd appellant recht toegekend op wettelijke rente over het verschil in uitkeringsbedragen tussen de oorspronkelijke en de herziene inschaling, met inachtneming van relevante jurisprudentie en verrekeningen. Het hoger beroep werd afgewezen voor zover het gericht was tegen het nieuwe besluit van 12 augustus 1997.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.