ECLI:NL:CRVB:2001:AN6760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing loonwaarde
De appellant betwistte de loonwaarde die het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) had gehanteerd bij het intrekken van zijn WAO-uitkering per 17 maart 1996. De Raad beperkte zijn beoordeling tot de arbeidskundige grondslag van het besluit, waarbij vooral de loonwaarde van de functie samensteller ter discussie stond. Appellant voerde aan dat het gehanteerde salaris hoger was dan het salaris dat hij volgens de toepasselijke CAO voor beginnende samenstellers zonder ervaring zou kunnen verdienen.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende gerede twijfel had gecreëerd over de juistheid van de loonwaarde van de functie samensteller. Het Lisv kon de onderliggende FIS-enquêtegegevens niet overleggen en had geen andere overtuigende bewijsstukken aangeleverd om de loonwaarde te staven. Hierdoor kon het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering niet in stand blijven.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de WAO-uitkering betrof en verklaarde het beroep gegrond. Tevens veroordeelde de Raad het Lisv tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten in zowel eerste aanleg als hoger beroep, en het betaalde griffierecht. De overige onderdelen van het besluit en de uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de loonwaarde.