ECLI:NL:CRVB:2001:BJ3100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt ontslag politieagent wegens disproportioneel plichtsverzuim
Appellant, werkzaam als medewerker Basispolitiezorg B, werd geschorst en ontslagen wegens ongewenst gedrag en feitelijke aanranding van meerdere vrouwen, waaronder collega’s. Het ontslag volgde na een onderzoek met verklaringen van betrokken vrouwen en getuigen. De Raad bevestigde de schorsing als gerechtvaardigd vanwege het belang van de dienst.
De Raad oordeelde echter dat het ontslag als straf niet in verhouding stond tot het vastgestelde plichtsverzuim. Sommige verklaringen, zoals telefonische getuigenissen, werden niet als voldoende betrouwbaar beoordeeld. Ook nieuwe verklaringen die na het primaire besluit werden ingebracht, konden niet worden meegewogen.
De Raad vernietigde het ontslagbesluit en bepaalde dat de werkgever opnieuw moet beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellant. De uitspraak bevestigde de ernst van het gedrag, maar benadrukte de noodzaak van proportionele sancties.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de politieagent wordt vernietigd wegens disproportionaliteit en de werkgever moet opnieuw beslissen.