ECLI:NL:CRVB:2001:BL7335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verwijtbare werkloosheid en hernieuwde beslissing door het UWV
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit van het UWV bevestigde om de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid geheel te weigeren. Het UWV had appellant geïnformeerd dat hij aan de voorwaarden voor WW voldeed, maar de uitkering werd geweigerd vanwege verwijtbare werkloosheid.
Tijdens de zitting van de Centrale Raad van Beroep was appellant niet aanwezig, maar het UWV werd vertegenwoordigd. De Raad constateerde dat niet was onderzocht of omstandigheden aanwezig waren die de verwijtbaarheid van de werkloosheid konden verminderen, wat zou leiden tot een korting van 35% op de uitkering gedurende 26 weken in plaats van volledige weigering.
De Raad vernietigt daarom zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank en beveelt het UWV aan om opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens moet het UWV het verzoek tot vergoeding van renteschade meenemen in de herbeoordeling. De Raad constateert geen bewijs van aan appellant toe te rekenen kosten voor vergoeding.
Tot slot bepaalt de Raad dat het betaalde griffierecht van 225 gulden aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot volledige weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient opnieuw op het bezwaar te beslissen.