ECLI:NL:CRVB:2001:BL7346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Geen verwijtbare werkloosheid bij ontslag op advies huisarts en verzekerd ander werk
Gedaagde was sinds januari 1992 werkzaam bij een rozenkwekerij en kampte vanaf 1993 met nek- en schouderklachten. Na langdurige arbeidsongeschiktheid nam zij op advies van haar huisarts ontslag bij haar werkgever in augustus 1997. Vervolgens vond zij via een uitzendbureau ander werk met uitzicht op langdurige werkzaamheden.
Appellant legde een korting van 35% op haar WW-uitkering op wegens verwijtbare werkloosheid omdat gedaagde zelf ontslag had genomen zonder acute medische noodzaak. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat gedaagde niet verwijtbaar werkloos was geworden.
De Centrale Raad bevestigde dit oordeel. De Raad stelde dat de bewoordingen van de huisartsbrief van 5 maart 1998 redelijkerwijs konden worden opgevat als een advies om ontslag te nemen zodra ander werk was gevonden. Omdat gedaagde pas ontslag nam nadat zij verzekerd was van ander werk, was haar werkloosheid niet verwijtbaar. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De werkloosheid van gedaagde wordt niet als verwijtbaar aangemerkt en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.