ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieplicht en boete bij directeur-grootaandeelhouder ondanks samenwerking met schoonvader
In deze zaak stond centraal of de heer A, directeur-grootaandeelhouder van appellante, werkzaam was in een privaatrechtelijke dienstbetrekking waardoor premies sociale verzekeringen verschuldigd waren. De Raad bevestigde dat, ondanks de samenwerking tussen A en zijn schoonvader B, de juridische verhoudingen doorslaggevend zijn en dat A niet de bevoegdheid had zijn ontslag tegen te houden. Hierdoor was sprake van een gezagsverhouding en daarmee premieplicht.
Appellante voerde aan dat er geen gezagsverhouding was en dat een boete onterecht was omdat zij een pleitbaar standpunt innam. De Raad verwierp dit en oordeelde dat appellante grove schuld had omdat zij vanaf 1993 zonder overleg A niet meer op de loonlijst plaatste nadat A zijn persoonlijke vennootschap had opgericht, ondanks eerdere waarschuwingen van gedaagde.
De opgelegde boete van 10% werd als redelijk beoordeeld, waarbij de Raad rekening hield met het evenredigheidsbeginsel en het feit dat het boetepercentage in principe 25% zou zijn geweest. De Raad zag geen aanleiding om het boetebesluit te vernietigen of te matigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de premieplicht en handhaaft de boete van 10% wegens grove schuld.