ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.E. Lysen
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de arbeidsrelatie tussen directeur/aandeelhouder en besloten vennootschap in het kader van sociale verzekeringspremies
In deze zaak, behandeld door de Centrale Raad van Beroep, staat de arbeidsrelatie tussen een directeur/aandeelhouder en zijn besloten vennootschap centraal. Appellante, X Beheer B.V., heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg. De zaak betreft de vaststelling van sociale verzekeringspremies over de jaren 1993 tot en met 1996, waarbij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (gedaagde) van mening is dat de heer A, via zijn vennootschap A Beheer B.V., in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding tot appellante stond.
De Raad heeft vastgesteld dat er geen gezagsverhouding was tussen appellante en A, wat volgens appellante betekent dat er geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De Raad heeft echter geoordeeld dat, gezien de statutaire bepalingen en de eigendomsverhoudingen, A in beginsel als werkzaam in een gezagsrelatie tot de besloten vennootschap moet worden beschouwd. Dit oordeel is gebaseerd op de vaststelling dat A niet in staat was zijn ontslag tegen te houden, ondanks de samenwerking met zijn schoonvader B.
Daarnaast heeft appellante bezwaar gemaakt tegen de opgelegde boete van 10% van de premie, stellende dat zij een pleitbaar standpunt heeft ingenomen. De Raad heeft dit standpunt niet onderschreven, verwijzend naar eerdere communicatie waarin werd bevestigd dat A verplicht verzekerd was en dat appellante premies verschuldigd was. De Raad concludeert dat er sprake is van grove schuld, maar heeft de boete vastgesteld op 10% in het kader van het evenredigheidsbeginsel. De uitspraak van de Raad bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank en onderstreept de juridische verhoudingen als doorslaggevend in deze kwestie.