ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden in plaats van naast dienstbetrekking
Appellant was tot eind 1993 werkzaam als directeur verkoop bij een bedrijf en ontving vanaf januari 1994 een WW-uitkering. Later bleek dat hij vanaf 1993 ook als zelfstandige werkte voor een ander bedrijf. Gedaagde trok daarop een deel van de WW-uitkering in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant de zelfstandige werkzaamheden niet naast maar in plaats van zijn dienstbetrekking verrichtte. Appellant voerde aan dat de werkzaamheden oriënterend waren en dat er geen uitbreiding van zelfstandige uren was na het einde van het dienstverband.
De Raad oordeelt dat het beleid van gedaagde, waarbij het recht op WW-uitkering pas eindigt bij uitbreiding van zelfstandige werkzaamheden naast het dienstverband, niet juist is toegepast. De Raad stelt vast dat appellant niet naast maar in plaats van zijn dienstverband als zelfstandige werkte en dat het besluit tot intrekking van de uitkering onvoldoende is gemotiveerd. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en het daarop gebaseerde terugvorderingsbesluit en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WW-uitkering en terugvordering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het beleid.