ECLI:NL:CRVB:2002:AD3631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vervoersvoorziening en financiële tegemoetkoming bij invoering collectief vervoerssysteem
Appellant ontving sinds 1994 een financiële tegemoetkoming voor eigen vervoer vanwege zijn handicap. Met de invoering van een collectief vervoerssysteem per 1 april 1999 werd deze tegemoetkoming ingetrokken. Appellant betoogde dat zijn eigen vervoermiddel, een Arola die hij zelf heeft aangeschaft, adequater en goedkoper is dan het collectief vervoer en dat hij de financiële tegemoetkoming nodig heeft voor onderhoud.
De gemeente Geldermalsen stelde dat appellant niet tot de uitzonderingscategorieën behoorde en dat de Arola geen auto is in de zin van de overgangsregeling voor afbouw van tegemoetkomingen. De Raad oordeelde dat het gemeentebestuur terecht het collectief vervoer als voorliggende voorziening hanteert, maar dat appellant onterecht niet de mogelijkheid tot een afbouwregeling is geboden, omdat het verschil tussen auto en Arola niet relevant is voor deze regeling.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die het in stand hield, en gelastte een nieuw besluit waarbij de afbouwregeling in acht wordt genomen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de financiële tegemoetkoming wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met toepassing van de afbouwregeling.