ECLI:NL:CRVB:2002:AD9264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake hoorplicht bij besluit Algemene bijstandswet
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin haar beroep ongegrond werd verklaard. Zij stelde dat het College van burgemeester en wethouders van Arnhem niet had voldaan aan de hoorplicht zoals bedoeld in artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De kern van het geschil betrof een besluit van 21 juli 1998 waarbij het bezwaar van appellante tegen een eerdere beslissing op haar aanvraag voor bijstand buiten behandeling werd gesteld. Appellante en haar gemachtigde waren uitgenodigd voor een hoorzitting op 22 juni 1998, maar de gemachtigde was verhinderd door een file. Het College wachtte een uur op de gemachtigde, waarna de hoorzitting werd gesloten omdat appellante en haar dochter geen toelichting wilden geven.
De rechtbank oordeelde dat het College voldoende had voldaan aan de hoorplicht, mede omdat appellante zelf de toelichting had kunnen geven maar daarvan afzag. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat geen algemene verplichting bestaat tot hernieuwd horen bij een nieuw besluit op bezwaar. Het College heeft met de uitnodigingen en het wachten op de gemachtigde aan de hoorplicht voldaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College heeft voldaan aan de hoorplicht en verklaart het beroep ongegrond.