ECLI:NL:CRVB:2002:AD9968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D. J. van der Vos
- N. J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens benadelingshandeling bij ziekteverzuim
Appellant werd op staande voet ontslagen wegens het niet naleven van het ziekteverzuimbegeleidingsplan, waaronder het niet verschijnen op werk en afspraken met de bedrijfsarts. Hij vroeg ziekengeld aan, maar dit werd geweigerd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op grond van artikel 45 van Pro de Ziektewet wegens benadelingshandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij door gezondheidsproblemen, waaronder alcoholverslaving en maagklachten, niet in staat was adequaat te reageren, maar de Raad vond dat hij voldoende op de hoogte was van de regels en waarschuwingen.
De Raad oordeelde dat appellant door zijn gedragingen zijn recht op loondoorbetaling had prijsgegeven en dat de opgelegde maatregel van volledige weigering van ziekengeld passend was. Er waren geen dringende redenen om van deze maatregel af te zien of een lichtere sanctie op te leggen.
De uitspraak bevestigt dat het niet naleven van het ziekteverzuimbegeleidingsplan en het niet nakomen van afspraken met de bedrijfsarts kan leiden tot weigering van ziekengeld als sanctie onder de Ziektewet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens benadelingshandeling en handhaaft het besluit van het Uwv.