ECLI:NL:CRVB:2002:AD9988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid en verzekeringsplicht bij contractuele werkzaamheden voor onderneming
De zaak betreft de vraag of de directeur en enig aandeelhouder van een BV, die werkzaamheden verrichtte voor een onderneming op contractbasis, verzekeringsplichtig was op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten over de periode 1 oktober 1995 tot en met 31 december 1996.
De rechtbank had geoordeeld dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor een verplichting tot loonbetaling en een gezagsverhouding, en dat de arbeidsrelatie eerder leek op een overeenkomst tot opdracht. Het hoger beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat de contractuele bepalingen en feitelijke omstandigheden onvoldoende bewijs leveren voor werkgeversgezag. Hoewel de directeur economisch afhankelijk was van de onderneming, werd dit niet als doorslaggevend gezien, mede omdat hij een BV had opgericht en zelfstandige ondernemingskenmerken vertoonde.
De Raad concludeerde dat de werkzaamheden als zelfstandige werden verricht en dat de verzekeringsplicht en premieplicht terecht niet werden aangenomen. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten en griffierechten opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen werkgeversgezag was en dat de werkzaamheden als zelfstandige zijn verricht, waardoor geen verzekeringsplicht geldt.