ECLI:NL:CRVB:2002:AE0167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige indiening beroepschrift
Appellante werd de kinderbijslag voor haar zoon ontzegd met een besluit van 12 juni 1997. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door de Sociale verzekeringsbank niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van ontvangst was ingediend.
In hoger beroep stelde appellante dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat het beroepschrift op de laatste dag van de beroepstermijn was verzonden en binnen de wettelijke termijn bij de rechtbank had moeten aankomen. De Raad oordeelde dat het beroepschrift weliswaar op de laatste dag van de beroepstermijn ter post was bezorgd, maar niet binnen de vereiste week daarna bij de rechtbank was ontvangen.
De Raad stelde vast dat de gekozen verzendwijze via de Turkse officiële postdienst een niet te verwaarlozen risico inhield dat het beroepschrift te laat aankwam. Er waren geen feiten of omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.