ECLI:NL:CRVB:2002:AE0505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Nietigheid arbeidsovereenkomsten hennepkwekerij wegens strijd met openbare orde
Appellant en drie maten exploiteerden in 1990-1991 een hennepkwekerij waar werknemers onder leiding arbeid verrichtten, zoals het knippen en afwerken van marihuanaplanten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde dat deze werknemers verzekeringsplichtig waren op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten en legde premieaansprakelijkheid op aan appellant en zijn maten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant zijn leidinggevende rol en de verzekeringsplicht, stellende dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en het besluit ondeugdelijk gemotiveerd was, met een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat tussen appellant en de werknemers geen rechtsgeldige arbeidsovereenkomsten tot stand zijn gekomen vanwege de illegale aard van de hennepkwekerijactiviteiten, die in strijd zijn met de openbare orde. Op grond van artikel 3:40 BW Pro zijn de arbeidsovereenkomsten nietig. Er was geen gedoogbeleid dat deze activiteiten rechtvaardigde. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomsten zijn nietig wegens strijd met de openbare orde, het besluit over verzekeringsplicht en premieaansprakelijkheid wordt vernietigd.