ECLI:NL:CRVB:2002:AE0656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Causaal verband en schadevergoeding bij valincident op defensieterrein
Gedaagde, een burgermedewerker bij het Ministerie van Defensie, is op 7 maart 1997 gevallen in een niet-afgeschermde opening op een defensieterrein, waarbij hij letsel opliep. Na het ongeval stelde hij appellant aansprakelijk voor materiële en immateriële schade, waaronder een lies- en navelbreuk die later werd vastgesteld en operatief behandeld.
Appellant erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval en vergoedde de materiële schade, maar weigerde vergoeding van de schade voortvloeiend uit de breuk wegens onvoldoende aannemelijk causaal verband. De rechtbank vernietigde deze beslissing en kende een hogere immateriële schadevergoeding toe, stellende dat appellant het causaal verband impliciet had erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant de medische kosten op grond van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie (BARD) heeft vergoed zonder een afgewogen oordeel over causaliteit, en dat de medische adviezen van de Medisch Adviseur overtuigend aantonen dat de breuk niet waarschijnlijk door het ongeval is veroorzaakt. Gedaagde heeft dit niet met medisch bewijs kunnen weerleggen.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Tevens wordt vastgesteld dat de reeds toegekende immateriële schadevergoeding van f 1.000,- toereikend is. Proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en vergoeding van schade voortvloeiend uit de lies- en navelbreuk wordt afgewezen.