ECLI:NL:CRVB:2002:AE1675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken gelegaliseerde huwelijksakte
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor drie in Pakistan wonende kinderen, maar de Sociale Verzekeringsbank weigerde deze toe te kennen omdat appellant niet voldeed aan de verplichting gelegaliseerde geboorte- en huwelijksakten te overleggen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd.
Appellant voerde aan dat de duur van de legalisatieprocedure onredelijk was en dat de behandeling van het bezwaar had moeten worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de legalisatie. De Raad oordeelde echter dat gedaagde niet verplicht was om het bezwaar aan te houden en dat appellant voldoende tijd had gekregen om de documenten te overleggen.
Hoewel appellant inmiddels gelegaliseerde geboortebewijzen had overgelegd, ontbrak nog steeds de gelegaliseerde huwelijksakte. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de kinderen eigen kinderen van appellant waren in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet, zodat de weigering van kinderbijslag terecht was.
De Raad concludeerde dat de beslissing van gedaagde redelijk was en dat het hoger beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een gelegaliseerde huwelijksakte.