ECLI:NL:CRVB:2002:AE1868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn bij herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering
De zaak betreft een geschil over de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van gedaagde, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was ingetrokken en later gedeeltelijk herzien. Gedaagde maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit, waarop appellant het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaarde en de uitkering herzag naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde tegen dit herzieningsbesluit gegrond en vernietigde het besluit.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep en stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ontvangen. Hoewel het beroepschrift in november 1998 per post was verzonden, kon niet worden vastgesteld dat dit binnen de wettelijke termijn was gebeurd. Gedaagde kon dit ook niet aantonen en had het beroepschrift niet aangetekend verzonden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ontvankelijk had verklaard en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, waarbij werd benadrukt dat de regels omtrent ontvankelijkheid van openbare orde zijn en ambtshalve moeten worden toegepast.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.