ECLI:NL:CRVB:2002:AE3620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op beslissing over overname vorderingen na faillissement
Appellant was sales manager bij een failliete werkgever en verzocht om uitkering van onkosten die niet waren overgenomen door het UWV, in vergelijking met een collega die wel een gedeeltelijke uitkering ontving. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen nieuwe feiten of evidente onjuistheden had aangevoerd die herziening van het eerdere besluit rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat zijn collega na het faillissement bij een soortgelijk bedrijf in dienst trad en wel vergoeding ontving. De Raad onderzocht dit en concludeerde dat de collega een uitkering kreeg vanwege een latere faillissementsituatie bij een andere werkgever, waardoor geen sprake was van gelijke gevallen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had aangeleverd om het eerdere besluit te herzien. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde en de eerdere uitspraak werd bevestigd. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op het eerdere besluit over de overname van vorderingen.