ECLI:NL:CRVB:2002:AE3731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijstandsverlaging wegens onvoldoende arbeidsinschakeling en belemmerend gedrag
Appellant had tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld over twee aan hem opgelegde kortingsmaatregelen op zijn bijstandsuitkering. De eerste maatregel betrof een verlaging van 10% wegens onvoldoende poging tot het verkrijgen van arbeid in dienstbetrekking in de periode tot 1 juli 1997. De tweede maatregel betrof een verlaging van 20% wegens gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmerden vanaf 1 december 1997.
De Raad oordeelde dat de eerste maatregel onjuist was gebaseerd op de na 1 juli 1997 gewijzigde wetgeving, terwijl voor het relevante tijdvak de oude tekst van de Algemene bijstandswet (Abw) en het Sanctiebesluit van toepassing was. Daarom werd het besluit over de eerste korting vernietigd, maar de rechtsgevolgen werden in stand gelaten. De tweede maatregel werd bevestigd omdat appellant zich niet beschikbaar stelde voor een Melkert1-baan en daarmee de inschakeling in arbeid belemmerde.
De Raad vond geen reden om de opgelegde maatregelen te matigen en wees het verzoek van appellant af om de proceskosten aan hem toe te kennen. De gemeente 's-Gravenhage werd wel verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Besluit over eerste korting vernietigd maar rechtsgevolgen in stand gelaten; tweede korting bevestigd.