ECLI:NL:CRVB:2002:AE3770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering ondanks strijd met eigen beleid niet vernietigd
Gedaagde meldde zich ziek met rug- en psychische klachten en werd medisch onderzocht door een verzekeringsarts. Op 16 november 1998 weigerde appellant een WAO-uitkering omdat gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht na afloop van de wachttijd op 17 november 1998. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het medisch onderzoek pas op 20 november 1998 was afgerond, na het verstrijken van de wachttijd, en appellant daarmee handelde in strijd met het eigen beleid.
Appellant stelde dat het medisch oordeel wel degelijk vóór het besluit was afgerond en dat het beleid ruimte laat voor een eigen afweging van de verzekeringsarts. De Raad overwoog dat het beleid voorschrijft dat een beslissing over arbeidsongeschiktheid pas wordt genomen als zowel het medische als arbeidskundige onderzoek volledig is afgerond. Hoewel appellant het besluit op 16 november nam vóór afronding van het medisch onderzoek, achtte de Raad dit geen reden tot vernietiging omdat het verstrekken van een voorschot niet in geschil was en appellant volgens het beleid niet verplicht was om per einde wachttijd een voorschot toe te kennen.
De Raad concludeerde dat de onzorgvuldigheid in het primaire besluit in de bezwaarprocedure was hersteld en dat de rechtbank ten onrechte het besluit had vernietigd. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt gehandhaafd ondanks strijd met het eigen beleid.