ECLI:NL:CRVB:2002:AE4020
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening over werkgeverschap taxichauffeurs in premieheffing sociale verzekeringen
Verzoeker, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), stelde dat gedaagde, een groep besloten vennootschappen en vennootschappen onder firma, als werkgever premies sociale werknemersverzekeringen verschuldigd was over taxichauffeurs. De rechtbank oordeelde dat de arbeidsverhouding tussen taxichauffeurs en vennootschappen onder firma bestond, niet met de besloten vennootschappen, en vernietigde de premiebeschikkingen tegen gedaagde.
Verzoeker stelde dat de rechtbank buiten de procesomvang was getreden door de vennootschappen onder firma als werkgever aan te merken en dat dit oordeel onvoldoende was gemotiveerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtbank inderdaad buiten de omvang van het geding was getreden, omdat het hoger beroep zich richtte op de vraag of gedaagde als werkgever premieplichtig was, en niet op derden.
Daarom werd de werking van het oordeel over het werkgeverschap van de vennootschappen onder firma geschorst totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter vond onverwijlde spoed aanwezig vanwege de verjaringstermijn voor premieheffing. De voorlopige voorziening werd toegewezen, en het door gedaagde betaalde griffierecht werd terugbetaald.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de werking van het oordeel dat de vennootschappen onder firma als werkgever gelden totdat het hoger beroep is beslist.