ECLI:NL:CRVB:2002:AE4457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over verrekening inkomsten tijdens opzegtermijn WW
Appellant was laatstelijk werkzaam bij een failliet verklaard bedrijf en ontving een WW-uitkering. Het UWV bracht de inkomsten die appellant tijdens de opzegtermijn bij een andere werkgever had verdiend volledig in mindering op de uitkering, op grond van artikel 65 van Pro de WW. Appellant stelde dat de verrekening slechts over de dagen van daadwerkelijke inkomsten moest plaatsvinden, zoals volgens de oude regeling tot 1987.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad overwoog dat appellant over de periode van 21 tot en met 29 september 1998 geen recht had op WW-uitkering omdat hij toen arbeidsuren had verricht. Daardoor was er geen grond om de inkomsten over die periode nogmaals op de uitkering in mindering te brengen.
De Raad vernietigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen waarbij de inkomsten slechts in mindering worden gebracht voor de dagen waarop geen recht op uitkering bestaat. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen over de verrekening van inkomsten tijdens de opzegtermijn.