ECLI:NL:CRVB:2002:AE4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluiten inzake arbeidsongeschiktheidsuitkering en terugvordering bij zelfstandige agrariër
Appellant, een zelfstandig agrariër, ontving een AAW-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. Het UWV stelde op grond van artikel 33 AAW Pro vast dat zijn uitkering over 1996 moest worden herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (25 tot 35%) vanwege winst uit zijn onderneming, en trok de uitkering per 1 januari 1997 in. Tevens werden teveel ontvangen uitkeringen teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten en tegen de afwijzing van een verzoek tot verhoging van zijn uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, waarbij werd gewezen op de fiscale kwalificatie van de inkomsten als winst uit onderneming en het ontbreken van bewijs dat de inkomsten uit verhuur en lease niet als arbeid konden worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen geen aanwijzingen gaven voor een relevante toename van de arbeidsongeschiktheid vanaf oktober 1997. De besluiten tot korting, intrekking en terugvordering van de uitkering bleven daarom in stand. De Raad zag geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de besluiten van het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.