ECLI:NL:CRVB:2002:AE4671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H. Bolt
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang na overlijden appellant
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat de uitkeringen van appellant op grond van de AAW en WAO niet tot uitbetaling zouden komen vanaf 1 april 1991. Het bezwaar van appellant was eerder ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank Maastricht.
Tijdens de procedure overleed appellant en werd de nalatenschap door de naaste bloedverwanten verworpen. De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens onderzocht of het hoger beroep nog ontvankelijk was. Omdat het om een zuiver financieel belang ging en er geen erfgenamen waren die het belang voortzetten, concludeerde de Raad dat het belang bij voortzetting van het hoger beroep was komen te vervallen.
De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De zaak werd behandeld op 12 maart 2002, waarbij geen partijen verschenen. De uitspraak is gedaan op 23 april 2002 door de voorzitter en leden van de Raad, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang na overlijden appellant.