ECLI:NL:CRVB:2002:AE6257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten WW-uitkering wegens onduidelijkheid agrarische arbeid en seizoensgebondenheid
Appellanten waren in 1998 werkzaam via een uitzendbureau bij een glastuinbouwbedrijf gespecialiseerd in grootbloemige anjers. Na hun WW-uitkeringsaanvraag weigerde gedaagde de uitkering omdat zij niet voldeden aan de 26-wekeneis. Appellanten stelden dat hun werkzaamheden onder het Besluit verlaagde wekeneis vielen, waardoor een lagere eis van 16 weken geldt.
De rechtbank en gedaagde oordeelden dat de werkzaamheden niet als agrarische arbeid in de zin van het Besluit konden worden aangemerkt. In hoger beroep stelde gedaagde zich niet langer op dit standpunt, maar betwistte dat de arbeid seizoensgebonden was. De Raad constateerde tegenstrijdige opvattingen tussen uitvoeringsinstellingen GUO Den Haag en GUO Gouda over de toepassing van het criterium seizoensgebondenheid.
De Raad oordeelde dat de besluiten van 12 april 1999 niet langer deugdelijke motivering bevatten en vernietigde deze. Gezien de onduidelijkheid over het seizoensgebonden karakter van de arbeid achtte de Raad het niet passend om de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van betaalde rechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de geweigerde WW-besluiten en veroordeelt gedaagde in proceskosten.