ECLI:NL:CRVB:2002:AE6835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugbetalingsregeling UWV niet-ontvankelijk verklaard
Appellant was door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) verplicht een bedrag van € 24.466,41 terug te betalen in maandelijkse termijnen. Aanvankelijk was een terugbetalingsregeling van € 136,13 per maand overeengekomen, maar het UWV stelde later een hoger bedrag van € 289,45 per maand vast. Appellant maakte bezwaar tegen deze verhoging, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het hoger beroep mede gericht was tegen een nadere beslissing van het UWV en dat appellant geen belang had bij bevestiging van de eerdere uitspraak. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad stelde vast dat er geen civielrechtelijke overeenkomst bestond over de terugbetalingsregeling, maar dat het bestuursrechtelijk besluit van het UWV de rechtsverhouding bepaalt. Het UWV was bevoegd om op basis van gewijzigde omstandigheden de aflossingscapaciteit opnieuw te berekenen en het maandelijkse bedrag te verhogen. Appellant had feitelijk ook hogere termijnen betaald, wat de Raad als instemming interpreteerde.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen doel treft en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af. Het beroep tegen het besluit van 30 januari 2001 werd ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nadere besluit ongegrond.