ECLI:NL:CRVB:2002:AE6843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door vertraagde besluitvorming arbeidsongeschiktheidsuitkering afgewezen in hoger beroep
Gedaagde, die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontving, hervatte medio mei 1994 haar werkzaamheden gedeeltelijk, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) betaalde de uitkering onterecht door tot januari 1995. Gedaagde vroeg vergoeding van schade wegens deze vertraagde besluitvorming, waaronder belastingschade, teruggevorderde huursubsidie, kosten van rechtsbijstand en immateriële schade. Appellant wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het uitblijven van tijdige besluitvorming onrechtmatig was en dat er een causaal verband bestond tussen het handelen van appellant en de schade. De rechtbank bepaalde dat appellant een nieuw besluit moest nemen. Appellant ging in hoger beroep en betwistte onder meer de bevoegdheid van de bestuursrechter en het bestaan van onrechtmatig handelen.
De Raad stelde vast dat het verzoek van gedaagde materieel en procesrechtelijk samenhangt met een vatbaar besluit en dat het uitblijven van tijdige besluitvorming een besluit in de zin van de Awb is. De Raad erkende de onrechtmatigheid en het causale verband, maar concludeerde dat gedaagde de omvang van de schade voldoende had aangetoond en zich voldoende had ingespannen om schade te beperken. De vorderingen voor kosten van rechtsbijstand en immateriële schade vielen buiten het hoger beroep en werden afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellant werd veroordeeld tot betaling van een recht van € 327,-. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.