ECLI:NL:CRVB:2002:AE7024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beperking buitengewoon verlof militair wegens dienstbelang bevestigd
Appellant, militair aan boord van Hr.Ms. [scheepsnaam], verzocht buitengewoon verlof voor de periode 11 juni 1998 tot en met 24 juni 1998 vanwege ernstige ziekte van zijn echtgenote. De commandant verleende slechts drie dagen verlof, rekening houdend met het vaarprogramma en het dienstbelang.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat de commandant op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) bevoegd is verlof te weigeren indien het dienstbelang dit vordert.
De Raad stelt dat het dienstbelang en de redelijkheid van de commandant de beperking van het verlof rechtvaardigen. Het feit dat appellant vrije dagen moest inzetten voor de zorg van zijn dochter doet hieraan niet af. Ook de stelling van willekeur wordt verworpen wegens gebrek aan concretisering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van het buitengewoon verlof tot drie dagen bevestigd.