ECLI:NL:CRVB:2002:AE7079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen weigering WAO-uitkering onterecht
In deze zaak betwist de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het oordeel van de rechtbank Zwolle dat het bezwaar van gedaagde tegen het besluit van 10 maart 1999, waarbij een WAO-uitkering werd geweigerd, niet-ontvankelijk had mogen worden verklaard.
Gedaagde had bij brief van 20 april 1999 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de verzekeringsarts dr. Seuren en de onderzoekswijze, wat door appellant werd geïnterpreteerd als een onduidelijk bezwaarschrift zonder duidelijke aanduiding van het bestreden besluit. Appellant gaf gedaagde de gelegenheid dit te herstellen, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk toen dit niet gebeurde.
De rechtbank oordeelde dat uit de context van het bezwaarschrift voldoende duidelijk was dat het bezwaar betrekking had op het besluit van 10 maart 1999. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en voegt toe dat het bezwaarschrift voldoet aan de wettelijke eisen voor aanduiding van het bestreden besluit. Tevens was de niet-ontvankelijkheidsdreiging niet correct gekoppeld aan een hersteltermijn, waardoor het besluit van appellant niet standhoudt.
De Raad besluit het hoger beroep van appellant af te wijzen en bepaalt dat het Uwv een recht van € 327,- moet betalen. Er zijn geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en het bezwaar van gedaagde is ontvankelijk verklaard.