ECLI:NL:CRVB:2002:AE7536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- F.P. Zwart
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Status aangehuwde kinderen en kinderbijslag bij ontbinding huwelijk
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor drie kinderen geboren in 1982, 1984 en 1986, die ten tijde van het geschil in Egypte verbleven. Gedaagde weigerde de kinderbijslag omdat de kinderen niet als eigen kinderen konden worden aangemerkt, aangezien er ten tijde van hun geboorte geen wettig huwelijk bestond tussen appellant en hun moeder. Ook werden zij niet als aangehuwde kinderen erkend omdat het huwelijk tussen appellant en de moeder in 1997 was ontbonden voordat een relevant kwartaal viel voor kinderbijslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat gedaagde in zijn beleidsregels sinds 1999 heeft opgenomen dat een aangehuwd kind de status behoudt na ontbinding van het huwelijk, ongeacht de reden.
De Raad stelt vast dat de motivering van gedaagde niet voldoende draagkrachtig is om het standpunt dat de kinderen geen aangehuwde kinderen zijn te ondersteunen. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt gedaagde opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde dient opnieuw te beslissen over de kinderbijslagaanvraag.